Controle zonder strijd

Controle in een cross country is belangrijk. Je paard moet terugkomen en versnellen in tempo wanneer jij dat wilt. Maar je wilt ook dat je paard genoeg eigen initiatief heeft en het zelf kan oplossen wanneer dat nodig is. Je wilt controle zonder strijd. In dit artikel gaan we dieper in op wat controle is en geven we je een aantal trainingstips

#SundaySchool: controle zonder strijd
Beeld: ESVEO Fotografie

Het Ideale Plaatje

Ideaal gezien wil je een paard dat tussen de hindernissen in graag galoppeert en wanneer je een hindernis aanrijdt hij uit zichzelf  iets terugkomt in tempo. Maar dat is niet in alle gevallen zo. Er zijn ook paarden die het spelletje zo leuk vinden dat ze de hindernis bij wijze van spreken ‘aanvallen’. Je wilt controle behouden maar zonder verzet van je paard. 

Controle

Controle is dat je je paard kan laten schakelen in tempo maar ook dat je zijn passen kan laten verruimen en verkorten. Het mooiste is als je dit op den duur met de kleinste hulpen kan doen. Daarbij blijft je paard goed in de aanleuning.

Versnellen

Paarden die de hindernis ‘aanvallen’ versnellen in de laatste 3 a 4 galopsprongen naar de hindernis toe. Bij paarden die dit doen is het belangrijk om niet met ze in een strijd te belanden. Het is een strijd die je als ruiter niet kan winnen. Ook na de sprong kan dit voor problemen zorgen, omdat ze wegspurten van de hindernis. Wat ook kan gebeuren is dat je paard op een gegeven moment helemaal niet meer reageert op jouw hulpen om terug te komen in tempo.  

Hieronder volgen een aantal tips om jouw verder te helpen in je training.

Tip #1: Onderbeen eraan

Een veel gemaakte fout is het afsteken van je onderbenen als je paard sterk of heel enthousiast wordt. Je hebt juist je onderbeen nodig om je paard naar een licht contact te rijden. Wanneer je je benen afsteekt ga je teveel doen met je hand en dat is juist wat je niet wilt. Houd druk op de beugels en je onderbeen aangesloten.  

Tip #2: Bovenlichaam terug

Je bovenlichaam houdt je terug en je kijkt steeds naar de volgende hindernis. Doordat jij kijkt naar de volgende hindernis geef je met je schouders een signaal af naar je paard. Onderstaand filmpje geeft een voorbeeld. 

Tip #3: Hand laag

Met je handen houd je contact met de mond van je paard. Het is een hele natuurlijke reactie om wanneer je paard sterk wordt, zelf ook sterk te worden. Blijf dus altijd gevoel houden in je vingers. Zoals Caroline Moore zou zeggen: ‘Feeling fingers!’. Je hand blijft laag bij de schoft van je paard. Hoe hoger jij je hand houdt, hoe makkelijk je paard kan gaan trekken en sterk wordt.

Tip #4: Een brug in de teugel

Het rijden met een brug in je teugel kan je helpen om gelijke druk te houden op de teugels. Ben je snel geneigd om met een hand te trekken aan de teugels dan is een brug in je teugels iets voor jou. Een enkele brug is beter dan een dubbele brug. Met een enkele brug kan je makkelijker en sneller je teugels laten vieren en op maat pakken.

Bij een enkele brug houdt je beide teugels in je buitenhand en je binnenhand houdt alleen de binnenteugel vast. De lengte van beide teugels tussen je hand moet niet te groot zijn. Je wilt een klein bruggetje tussen beide handen.

Tip #5: Verschil

Een verschil in druk op de teugels is belangrijk om duidelijk te maken naar je paard dat je iets van hem vraagt. Heb jij constant dezelfde (grote) druk op de teugels dan kan een gevolg zijn dat je paard jou gaat negeren als je wilt dat hij terugkomt. Als je een ophouding maakt heb je tijdelijk iets meer druk op je teugel. Reageert je paard erop door terug te komen in tempo, dan wordt je weer zacht in je hand. Ook hier is het belangrijk om je hand laag en gevoel in je vingers te houden.  

Tip #6: Zit

Wanneer je paard sterk wordt en in de laatste passen versneld naar de hindernis is het ook belangrijk om te zitten in je zadel. Dit wordt ook wel de ‘preparation seat’ genoemd. Wat een veel voorkomende fout is om is te gaan staan in de beugels om zo meer kracht te kunnen zetten. Dat willen we juist niet. 

Wil je dat je paard veel terugkomt dan kan je dieper/ zwaarder in je zadel gaan zitten. Wanneer je paard iets moet terugkomen in tempo kan je ook licht in je zadel zitten. Dat betekent dat je licht contact houdt met het zitvlak van je zadel. Belangrijk hier is ook weer je onderbeen. Je onderbeen houdt contact en zorgt ervoor dat de achterhand (dé motor) aan blijft. Je handen blijven zacht.

In onderstaand filmpje demonstreert Ros Canter de ‘preparation seat’. 

Tip #7: Voltes

Tip nummer 7 is het maken van voltes. Zoals Merel Blom zou zeggen ‘Wees slimmer dan je paard’. Als je paard er in een hoog tempo vandoor wilt na de hindernis maak je na de sprong een volte. Houd je paard wat rechter op de volte en denk eraan dat je niet teveel aan de binnenteugel zit. Je buitenhand vangt op terwijl je binnenhand zacht blijft en je paard begeleidt op de volte. Je onderbeen blijft eraan om je paard actief te houden. 

Valt je paard in draf op de volte dan is dat helemaal niet erg. Je wilt tenslotte dat hij terugkomt in tempo. Op ten duur kan je er naartoe rijden om de activiteit te behouden op de volte. Jonge paarden zullen dit veel moeilijker vinden dan een ervaren paard. 

Tip #8: Vanuit draf

Het versnellen naar een hindernis toe kan ook iets aangeleerds zijn. Dat kan gebeuren als de ruiter in de laatste galopsprongen naar de hindernis het paard nog extra aanspoort omdat die bijvoorbeeld de afstand niet ziet. Herken je dit dan kan je hier aan werken door de lagere hindernissen vanuit draf te nemen. Zo leren jij en je paard om te wachten. Heb je dit onder de knie dan kan je vanuit galop een hindernis aanrijden. Bedenk ook altijd dat een hindernis vanzelf naar je toe komt. Het belangrijkste is dat je een goed ritme hebt. 

Oefening

Controle kan je oefenen door te schakelen in galop. Wanneer je vanuit een hoger tempo wilt terugschakelen ga je de checklist hieronder af. Het kan zijn dat je in het begin wat duidelijker moet zijn naar je paard. De kunst is om je paard zo op te leiden dat je je paard met de kleinste hulp kan laten terugkomen in tempo.

Checklist

Waar moet je aan denken als je paard de controle wilt overnemen:

  • Onderbeen eraan
  • Bovenlichaam terug/ kijk waar je heen wilt.
  • Hand laag
  • ‘Feeling Fingers!’
  • ‘Preparation seat’
  • Voltes maken