Met vertrouwen een smalle hindernis springen

Cross country’s zijn over de jaren veel technischer geworden en sommige hindernissen ook heel smal. Hindernissen spring je altijd in het midden en smalle hindernissen zijn een hele goede test of je paard rechtgericht is. Ze vragen ook veel nauwkeurigheid van jou en je paard. In dit artikel gaan we dieper in op hoe je je paard een smalle hindernis met vertrouwen leert springen.

SundaySchool: Met vertrouwen een smalle hindernis springen
Een jong paard leert een smalle hindernis springen. Beeld: ESVEO Fotografie

Zicht

Als je gaat beginnen met het springen van smalle hindernissen is het goed om te weten hoe je paard ziet. Een paard zijn ogen zitten aan de zijkant. Dat betekent dat hij een gezichtsveld heeft van bijna 360 graden. Alleen recht voor en achter het hoofd ziet een paard niets. Slechts 20% van zijn gezichtsveld is binoculair (kijkt met 2 ogen). Een paard kijk voor 80% monoculair. Dat betekent dat hij het meeste om zich heen met 1 oog ziet. Zijn binoculaire visie is ook heel smal.

Een paard zal dan ook altijd zijn hoofd hoger dragen als de snelheid waarmee hij loopt omhoog gaat. Hij heeft dan meer tijd om zijn veranderende omgeving op te nemen en de afstand naar een obstakel in te kunnen schatten. Om iets te zien wat op de grond ligt moet het paard zijn hoofd laten zakken.

In eventing is het dan ook belangrijk dat de paarden hun nek goed kunnen gebruiken en niet te diep lopen. Loopt het paard te diep dan kan hij als gevolg de hindernis niet goed inschatten. De laatste galopsprong in de aanloop naar hindernis doet een paard altijd blind.

Gezichtsveld paard
Schematische weergave van het gezichtsveld van een paard. Bron: Horsenetwork.com

Smal, Smaller, Smalst

Bij het springen van een smalle hindernis ziet een paard de vlaggen pas als hij ze passeert. Zeker voor jonge paarden of paarden die nog niet eerder een smalle hindernis hebben gesprongen kan dit in het begin heel spannend zijn. Ze moeten leren door de vlaggen heen te gaan. Hieronder nemen we stap voor stap met je door hoe je je paard leert om met vertrouwen een smalle hindernis te springen.

1. De vlaggen

Stap 1 is je paard door de vlaggen te laten lopen. Dit kan je ook doen met 2 staanders.  Zet de vlaggen in het begin breed neer en zet ze steeds wat smaller. Dit kan je in stap en draf doen. Heeft je paard vertrouwen opgedaan dan kan je er ook doorheen galopperen. Herhaal dit links en rechtsom.

Door de vlaggen rijden
Door de vlaggen heen rijden. Beeld: ESVEO Fotografie

2. Een sprong maken

Als je paard genoeg vertrouwen heeft opgedaan bij stap 1, dan kan je van de vlaggen een sprongetje maken. Begin niet te groot maar maak er een klein sprongetje van en bouw dit op. Ook in deze fase is het belangrijk dat je paard vertrouwen heeft. Als je merkt dat je paard het vertrouwen verliest neem je een stap terug. Dit kan door de sprong te verlagen of weer terug te gaan naar stap 1. Gaat het goed dan herhaal je het links en rechtsom in draf en/ of galop. Zorg ervoor dat je paard rechtgericht is in de aanloop naar de hindernis maar ook erna.

3. Van één naar meerdere hindernissen

Gaan stap 1 en 2 volgens plan dan kan je meerdere smalletjes op een gerelateerde afstand springen. Ook hier is het belangrijk dat je klein begint en nauwkeurig blijft rijden. Rij een goede lijn en houd je paard tussen 2 teugels en 2 benen. Denk eraan dat je in de landing van de eerste sprong al kijkt naar de volgende hindernis. Zo draai je met je lichaam al in de richting waar je heen wilt. Spring het lijntje van beide handen. Eén hand zal makkelijker gaan dan de andere. Maar ga het niet uit de weg want: practice makes perfect.

smalle hindernis. Beeld ESVEO Fotografie
Heeft je paard vertrouwen dan kan je moeilijkheidsgraad verhogen. Beeld. ESVEO Fotografie.

4. Top Tips

  • Spring smalle hindernissen altijd met vlaggen. Het is belangrijk dat je paard tussen de vlaggen door leert springen. Dit vraagt nauwkeurigheid. Spring je smalle hindernissen zonder vlaggen dan kan je paard eerder over één kant weglopen.
  • Houd je sessies kort en overvraag je paard niet te veel. Goed is goed en de volgende keer kan je je sessie uitbreiden.
  • Beloon je paard altijd als hij het goed doet. Zo bouw je vertrouwen op.
  • ‘The more you do it, the more it becomes normal’. Herhaling zorgt ervoor dat je paard steeds beter leert wat de bedoeling is, maar ook jij als ruiter blijft scherp en nauwkeurig.