Julia Krajewski – ‘Veel oog voor de details’

Op zondag 21 februari reisde Julia Krajewski, bondscoach van het Duitse Junioren team, af naar Renswoude. De Duitse ‘Reitmeisterin’ heeft veel oog voor de details en bracht zo iedereen een stap verder in hun training. Wij hebben de beste tips van deze trainingsdag voor je op een rij gezet. 

Julia Krajewski Beeld ESVEO Fotografie
Julia Krajewski tijdens de trainingsdag in Renswoude. Beeld: ESVEO Fotografie

1. Vertrouwen

‘Ruiter en paard moeten vertrouwen hebben en zelfverzekerd zijn in hun training’  aldus Julia. Daarbij is het belangrijk dat je niet te snel te hoog of te moeilijk gaat trainen, maar het juiste niveau opzoekt. 

2. Rechtgericht

Naar de hindernis toe moet het paard absoluut recht zijn. Hoe meer je paard slingert voor de hindernis, hoe groter de kans op een langsloper of dat je in de problemen komt in een combinatie.  ‘Laat je paard voor je idee iets naar buiten kijken in een volte of wending. Zo houd je de buitenschouder onder controle en houd je je paard recht in de aanloop naar de hindernis’ legt Julia uit. 

3. Kijken

Deze tip is tweeledig en heeft zowel met ruiter als paard te maken. Als ruiter moet je altijd kijken naar de volgende hindernis. Als je kijkt naar de volgende hindernis draai je met je schouders de richting op waar je naar toe wilt. Dat geeft een signaal af naar je paard die op zijn beurt dan beter kan inschatten wat komen gaat. 

Daarnaast moet je paard altijd goed de hindernis kunnen zien. Een paard wat snel te diep loopt kan in de problemen raken. ‘Zorg er met je hand en been voor, wanneer hij te diep of te veel achter de loodlijn gaat, dat je paard zijn hals omhoog brengt.  Dan kan hij de hindernis goed inschatten’ verteld Julia. 

Julia Krajewski legt uit waarom balans belangrijk is. Beeld: ESVEO Fotografie

4. Balans

‘Een goede balans is heel belangrijk. Je onderbeen moet aansluiten op je paard. Als je beugels net (een fractie) te lang zijn kan je onrustige signalen doorgeven.’ verteld Julia. Tijdens de trainingen moesten een aantal deelnemers dan ook hun beugels enkele gaten korter doen. Gelijk was te zien dat zij beter in balans waren en hun hulpen goed over konden brengen. 

5. Verschil moet er zijn

Elke combinatie is anders en daar moet je je training op aanpassen. Het mooie van zo’n trainingsdag is dat geen enkele sessie hetzelfde is, want elke combinatie is verschillend. 

‘Met een sterk paard moet je er juist opletten dat je niet te veel aan de binnenteugel gaat trekken, maar hem juist meer naar buiten laat kijken. Een sterk paard rijdt je van je binnenbeen naar je buitenteugel’ legt Julia ons uit. 

Een heel ander voorbeeld is een heel fijn gaand paard. Julia: ‘Zo’n type paard moet je met een hele fijn hand rijden. Ben je te sterk of een fractie te grof dan reageren ze net te heftig. Houd je hand laag en wees zacht in je vingers’. 

 

Foutje gespot? Laat het ons weten!