5 Wist-je-datjes voor je eerste eventingwedstrijd

Wat bracht mij op het idee om dit stuk te schrijven? Een weekendje secretariaat en een aanzienlijk aantal vragen beantwoorden met name van beginnende eventingruiters ūüėČ Je eerste eventingwedstrijd kan best spannend zijn en vraagt altijd om enige voorbereiding. Niet alleen in de training van je paard en jezelf, maar ook een stukje reglementenkennis. In dit artikel vijf wist-je-datjes voor je eerste eventingwedstrijd

5 wist-je-datjes Je eerste eventingwedstrijd
Beeld: ESVEO Fotografie

1. Wedstrijdreglement

Om de sport zo goed en eerlijk mogelijk te laten verlopen zijn er spelregels. Voor eventing kennen we het Wedstrijdreglement Eventing.  Voor de onderdelen dressuur en springen geldt het wedstrijdreglement Dressuur en het wedstrijdreglement Springen als uitgangspunt. Afwijkende of aanvullende bepalingen zijn in het Wedstrijdreglement Eventing opgenomen. Voordat je op wedstrijd gaat is het zeker verstandig om je een keer te verdiepen in het Wedstrijdreglement zodat je niet voor onverwachte situaties komt te staan. 

2. Stijlbeoordeling

In de klasse B wordt je wijze van rijden beoordeeld door twee onafhankelijke rijstijljuryleden. Het doel van de stijlbeoordeling is om je bewust te laten worden van je rijstijl in de cross, je beter en verantwoorder te laten rijden en om de eventingsport veiliger te maken. 

Beide juryleden vullen een protocol in waar een cijfer uit voortkomt. Wanneer je gemiddeld een voldoende (6 of hoger) hebt kom je in aanmerking voor winstpunten. Heb je een vijf of lager dan krijg je geen winstpunten.  Je protocol kan je voor feedback ophalen op het secretariaat. 

3. Vlaggen

Op elke te springen hindernis in het parcours zijn vlaggen bevestigd die aangeven in welke richting je de hindernis moet springen. Als vuistregel kan je aanhouden¬† ¬† ¬† ‘rood – rechts’ en ‘wit – links’.¬†¬†De rode vlag moet dus altijd aan de voor jou rechterkant zitten en wit aan jouw linkerkant.¬†¬†

Rijd je een hindernis aan en de rode vlag zit links, dan sta je op het punt de hindernis vanaf de verkeerde kant te springen. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden wat we absoluut niet willen. Kijk dus bij het cross lopen ook altijd goed naar de vlaggen. 

Zit er op een vlag een zwarte streep dan geeft dit aan dat er een alternatief voor die hindernis staat. Het alternatief is ook afgevlagd met een rood en witte vlag met zwarte strepen. Ook hier moet je goed kijken vanaf welke kant je het alternatief moet springen. 

4. Ongehoorzaamheden

Onder ongehoorzaamheden verstaan we: weigeringen, uitbreken of het maken van een volte. 

Weigeringen 
We spreken van een weigering als het paard halt houdt voor de te springen hindernis. Een hindernis springen vanuit stilstand wordt ook als een weigering bestraft. Bij een waterinsprong mag een paard even aarzelen maar moet altijd voorwaarts blijven. Stapt je paard achterwaarts of opzij dan is dat een weigering. 

Uitbreken
Van uitbreken is sprake als het paard, dat op de hindernis wordt aangereden, deze niet springt en aan de ene of andere zijde er langs gaat. De hindernis is goed gesprongen als zowel hoofd, hals en schouder van het paard de goede kant van de hindernisvlag passeren.

Volte
We spreken van een volte wanneer je paard zijn oorspronkelijke spoor, onverschillig vanuit welke richting, kruist. Als je na een weigering een volte maakt om afstand te cree√ęren dan wordt alleen de weigering bestraft. Bij afzonderlijk genummerde hindernissen (bv 5 en 6) mag je daar omheen of ertussen wel een volte maken. Als maar duidelijk is dat je de hindernis niet aanrijdt.¬†

5. Doorrijden

In de klasse B en L klassen moet je de cross verlaten bij 4 ongehoorzaamheden in totaal of bij 3 ongehoorzaamheden op één hindernis. Je bent dan uitgesloten van verdere deelname en moet de cross onmiddelijk verlaten. 

Misschien dat je een off-dag hebt of gewoon nog niet klaar bent voor het niveau. Om veiligheids- en welzijnsredenen voor jezelf en je paard mag je na uitsluiting de cross niet uitrijden. Rijdt je toch door dan wordt dit gerapporteerd aan de KNHS.  Dit geldt ook bij een val van ruiter of paard.  Na een val mag je dus niet opstappen en doorrijden.