Rijtechniek: Greppels, coffins en Trakehners

Greppels, coffins en trakehners zijn een rijtechnische uitdaging. Misschien dat het zweet je al uitbreekt als je er aan denkt of denk je van ‘wat is een greppel, coffin of trakhener?’. In dit artikel leg ik je uit wat de verschillen tussen deze drie obstakels zijn en hoe je ze vol vertrouwen kan springen.

Blog Greppels, Coffins en Trakehners
Beeld: Mariska Fröger

Greppel

Een greppel kan natuurlijk zijn zoals een overgang van weiland naar weiland of ‘man-made’. Een handgemaakte coffin is meestal aan één of twee kanten bekant. Vanuit veiligheidsoogpunt wordt er meestal aan de afzetplaats een grondlijn geplaatst en is de landingsplaats natuurlijk. In de klasse B t/m Z kan je een greppel tegenkomen, dus het is goed om deze al tijdig mee te nemen in je training. Vanaf de klasse M mogen greppels met water gebruikt worden.

Coffins

Coffins kan je verdelen in halve coffins en hele coffins. Een hele coffin bestaat uit 3 elementen. Elementen 1 en 3 zijn bijvoorbeeld steilsprongen. Daartussenin ligt een greppel. Het speciale van de coffin is dat het op een glooiiend terrein ligt. Per klasse verschilt de glooiing in het terrein. In de klasse L kan je een halve coffin tegenkomen met een glooiing van <5°. Vanaf de klasse M een hele coffin met een glooiing van +- 10/20° en tot wel 30° in de klasse Z. In de klasse B is een coffin niet toegestaan. Voor het beeld heb ik link naar een filmpje toegevoegd. Dit is een hele coffin op internationaal niveau. Klik hier.

Trakehner

Een trakehner… imposant en echte ‘rider frighteners’. Trakehners zijn overbouwde greppels. Je hebt dus een mooie brede greppel en zet daar als het ware een hindernis bovenop. Hoe hoger de klasse, hoe imposanter de trakheners worden. De moeilijkheid ligt hem in de greppel. Als ruiter zijn we snel geneigd om ons daarop te gaan focussen.

Een goede basis is het halve begin. Hieonder heb ik negen tips voor je om een goede fundering te leggen. Wat alle drie de obstakels gemeen hebben is een greppel. Bouw je daar een goede basis voor op dan wordt de rest makkelijker. Ook zijn deze hindernissen psychologisch uitdagend, dus (zelf)vertrouwen is één van de sleutelwoorden en dat bereik je onder andere door een goede basis.

Tip #1 Het begin

Start het trainen van greppels/trakehners met het aanrijden van hele kleine versies van deze hindernissen. Dit kan vanuit stap of een klein drafje. Het is belangrijk dat je paard leert te herkennen wat hij springt. Je zit rechtop, schouders terug en iets achter het zwaartepunt. Je laat je teugels iets vieren maar behoudt voldoende contact met de mond van je paard om te corrigeren. Je behoudt een voorwaartse drang.

Tip #2 Kijk naar voren

Kijk niet de greppel in maar kijk er overheen. Zoek een focuspunt achter de hindernis. Als je naar voren kijkt behoudt je ook je positie in het zadel (je blijft rechtop zitten met je onderbeen iets naar voren)  

Tip #3 Laat je paard kijken

Voor een paard is een greppel een visuele uitdaging. Paarden zijn dichromaten en zien de wereld in een palette van blauwe en gele kleuren. Ze zien vooral in contrasten. Een donker gat in de grond kan voor hun dus lastig in te schatten zijn. Daarom is het belangrijk om je paard te laten kijken zodat hij leert begrijpen wat hij springt. Dit doe je door je teugels iets te laten vieren, zonder het contact te verliezen en vanuit stap of draf een greppel aan te rijden. Wil je paard zijn hals iets laten zakken sta dat dan toe.

Tip #4 Natuurlijke greppels opzoeken

Greppels kan je bijvoorbeeld ook in het bos oefenen. Ga op zoek naar kleine heuveltjes, verschil in hoger en lager gelegen terrein en stap of draaf daar overheen. Ook in weilanden kan je kleine (opgedroogde) slootjes opzoeken om overheen te rijden. Let wel op je eigen veiligheid en die van anderen.

Tip #5 Leidpaard

Bij jonge paarden en onervaren paarden kan een leidpaard een uitkomst zijn. Zo heeft je paard een voorbeeld om achteraan te gaan. Ook kan het helpen om jonge en onervaren paarden naar een groep paarden toe te laten springen. Je maakt dan gebruik van hun kudde instinct.  

Tip #6 Simulatie maken van een greppel/coffin

Beschik je niet over een eigen crossterrein of de mogelijkheid om wekelijks ergens heen te gaan? Dan kan je thuis in de rijbaan een simulatie maken. Wat je nodig hebt is een blauw slootje (zo een die je tegenkomt in een springparcours) en een aantal staanders en balken. Begin met alleen het springen van het slootje van beide kanten. Je kan het daarna opbouwen naar een hele of halve coffin.

Tip #7 (zelf)vertrouwen

(Zelf)vertrouwen is het allerbelangrijkste. Vertrouwen in je jezelf en in elkaar. Als ruiter moet je vertrouwen hebben in je paard, maar je moet ook zeggen met je lichaam van ‘kom op we gaan eroverheen!’. Hoe meer vertrouwen je je paard kan geven, hoe makkelijker hij jou op een gegeven moment kan meenemen. Een veel gemaakte fout is dat we te snel te veel doen en je paard het niet meer begrijpt. Neem er de tijd voor, pak het spelenderwijs aan en bouw het in kleine stapjes op. Heeft je paard er moeite mee? Neem dan een stap terug. Op lange termijn heb je er meer aan om de basis goed voor elkaar te hebben. Een paard dat juist veel lef heeft kan het snel oppakken. Maar ook hier geldt: zorg voor een goede basis.

Tip #8 Coffin Canter

Met een coffin canter ben je voorbereid om het onverwachte en kan je paard als het nodig is makkelijker een pasje bij maken. Een coffin canter is een verzamelde galop en wordt gekenmerkt door veel energie en korte passen. Deze galop vraagt om enige oefening. Een veel gemaakte fout is dat het paard opgevangen wordt maar de ‘motor’ uitvalt. Zorgt ervoor dat je de energie behoudt door je hand zacht te houden en aan te vullen met je been. Bij het springen van een coffin laat je je teugels ook iets vieren waardoor je paard zijn hals goed kan gebruiken.

Tip #9 Rechtrichten

Voor het springen van een coffin is het belangrijk dat je paard rechtgericht is. Spring je paard naar links of naar rechts over het eerste element, dan wordt de greppel al lastig en heb je mogelijk een langsloper op het derde element. Dat wil je natuurlijk voorkomen.

Bewustwording is de eerste stap. Voel wat je paard doet in de training. Springt hij (herhaaldelijk) naar links of rechts of valt hij over de buitenschouder weg? Ook kan iemand je filmen zodat je het naderhand terug kan kijken om te analyseren waar het mogelijk mis gaat. Een veel gemaakte ruiterfout is dat een ruiter ongelijke druk heeft op de teugels. De ruiter heeft bijvoorbeeld meer druk op de linkerteugel waardoor de rechterkant ‘open’ is. Het paard kan dan sneller over de rechterkant weglopen.

Rechtrichten kan je oefenen door voor en na een enkele hindernis zogenaamde ’traim rails’ neer te leggen. Twee balken in de rijrichting waar je doorheen rijdt. Valt je paard over de buitenschouder weg dan kan je rechtrichten oefenen door te wijken naar binnen.

Meer leren over de eventingsport?

Lees één van onze andere blogs óf meld je aan voor onze nieuwsbrief, boordevol kennis, praktische tips en trends op het gebied van eventing.