Eventing: ‘een test van kracht, fitness en moedigheid’

Vandaag de dag bestaat iedere fase in de eventingsport uit zijn eigen set van vraagstukken. Hieronder lees je per onderdeel welke vraagstukken die gesteld worden aan paard en ruiter. 
Sandra Auffarth Boekelo. Beeld ESVEO Fotografie
Beeld: ESVEO Fotografie

Dressuur

De dressuurfase is de eerste fase in de eventingsport. De dressuurproef test de lichamelijk conditie en competentie van het paard. Het paard moet flexibel en vloeiend zijn door de proef heen. Deze eerste fase toont de kracht en sierlijkheid welke nodig is om elke oefening uit voeren met balans, ritme en soepelheid. Daarbij moeten paard en ruiter harmonieus door de rijbaan gaan. 

Cross country

De tweede fase is tegelijkertijd het meest sensationele  en uitdagende onderdeel. De cross country test snelheid, kracht en springtechniek van het paard. Daarbij wordt ook de kennis van de ruiter op het gebied van tempo en het juist rijden van zijn of haar paard getest. De cross country test ook de combinatie op hun bekwaamheid om zich aan te passen aan verschillend weer, terrein, obstakels en bodem. Paard en ruiter moeten moedig en slim zijn terwijl hun fysieke fitness getest wordt.

Springen

De afsluitende springfase is om te bewijzen dat paarden hun soepelheid, energie en gehoorzaamheid behouden hebben na de cross. Het springen toon ook de mate van herstel van het paard na de cross country en zijn precisie. Alleen de meest fitte paarden zijn in staat om de wedstrijd af te sluiten zonder fouten.
 
Elk onderdeel heeft dus zijn eigen vraagstuk en test andere vaardigheden van ruiter en paard. Een ware test van kracht, fitness en moedigheid.